Espinosa Dodi

Mexico City, 1985 http://www.dodiespinosa.com/

Kunstwerken


De Nieuwe Lichting: Dodi Espinosa

In deze reeks geven we carte blanche aan een (jonge) curator om het werk van een kunstenaar naar keuze voor te stellen. Deze keer heeft freelance curator Charlotte Van Buylaere het over het werk van de in Mexico geboren, in België wonende kunstenaar Dodi Espinos
Dodi Espinosa, de in Mexico geboren kunstenaar die op zijn 16de naar Spanje emigreerde en sinds 2011 in België woont, wachtte erg lang om met zijn werk naar buiten te treden. Maar toen hij dat deed, tijdens de kunstbeurs Independent Brussels in 2018, verkocht galeriehouder Simon Delobel praktisch alles. Inmiddels bevindt zijn werk zich onder andere in twee museale collecties. Espinosa imponeert met sculpturen die dansen tussen het surrealisme, rituele objecten en pastiches, en hij intrigeert met existentiële vraagstukken die erachter schuilgaan. Soms lijken ze clichés te bevestigen terwijl ze onderhuids confrontaties opzoeken met onze eigen vooringenomenheid. Maar nooit hebben ze de bedoeling moraliserend te zijn. Als het publiek geniet van de aantrekkelijke vormen en kleuren, is dat voor Espinosa net zo belangrijk als wanneer het de gelaagde betekenis erin herkent.

Tijdens zijn opleiding vrije kunsten aan de Escola Massana in Barcelona leerde Espinosa dat de kunstwereld bepaalde esthetische en strategische codes omvat die je als jonge kunstenaar moet volgen om carrière te maken. Niet alleen had de jonge Espinosa geen boodschap aan deze mentaliteit, hij had op dat moment wel andere dingen aan zijn hoofd. De littekens van zijn kindertijd in het gewelddadige Mexico en de talrijke persoonlijke ervaringen met racisme in Spanje moesten aangepakt worden. Het leidde tot een reeks erg donkere werken die ingaan op een innerlijke verscheurdheid en een drang naar geborgenheid die de complexiteit van een moeder-zoon-relatie oproept. Sinds 2015 krijgen deze thema’s vorm in bevlogen beeldhouwwerk dat een constante evolutie vertoont en een ongeziene vakkundigheid demonstreert.

Ondanks een perfectie die dweept met kitsch, exotisme en het bestendigen van clichés, slaagt Espinosa erin om de sculpturen een ziel te geven. In het donkere driedimensionale tableau El Extasis (2017) grijpt de chimaera met zijn ene hand zijn opengereten buik vast terwijl zijn lichaam naar beneden torst in een onheilspellende wervel met een vuurspuwende vulkaan op de achtergrond. De toeschouwer is ooggetuige van een immens lijden. Mystiek, sacraal, sublimerend. Het hybride symboolgebruik van Dodi Espinosa is als een cultuur-historisch labyrint met referenties die overal en nergens thuis te brengen zijn. Dodi gebruikt de term ‘syncretisme’ die alludeert op de samensmelting van verschillende religies. Zo kan een sub-tak van een bepaalde traditie tot stand komen, of wat wordt afgeschilderd als bijgeloof (hoewel bijgeloof niet altijd syncretisme impliceert). Door de notie van ‘syncretisme’ te associëren met de werken, benadrukt Espinosa het sacrale en mystieke karakter van de sculpturen.

Tegelijkertijd wijst de term op een soort van heimatloze ziel die meandert tussen tal van overtuigingen, moraliteiten en die de waarheid ergens tussenin probeert te vinden. De diepe droefenis waarvan het lijden door ontheemding en innerlijke dwaling doortrokken is, is in zowat elk werk terug te vinden. Het is terug te voeren op ingrijpende biografische feiten waarmee de kunstenaar worstelt, onder andere een meervoudige migratie – in plaats en psyche – die als een spirituele rite de passage wordt verwerkt in de sculpturen. Dat maakt de objecten extra integer en kwetsbaar. Hun conceptie heeft een helende kracht die de traumatische ervaring van nergens thuis te horen en emotionele destabilisering een plaats geeft. Espinosa’s bewuste omgang met de context waarin hij zich begeeft, leidt tot dubbelzinnige momenten waarin protocollen in artistieke kringen ondermijnd worden en de kunstwerken als zelf-reflectieve objecten plaatsnemen.

In zijn meest recente werk – een totaalconcept dat zich uit in een tentoonstelling die tegelijk ook tombola is – reflecteert hij over gebeurtenissen op de kunstmarkt waarin de inhoud van de kwantiteit van de kunstwerken vervreemd wordt en de productie opgedreven. Tijdens de tentoonstelling Go Bananas, tot 11 januari in de telkens van naam veranderende galerie van Simon Delobel te zien, speculeert Espinosa met zijn eigen werk. Hij verkoopt 44 unieke kunstwerken, die eruitzien als geel geschilderde baguettes of rechte bananen, als lotjes voor een tombola waarbij de hoofdprijs een geboetseerde taart is, met als titel Guerre des Pâtisseries (een directe verwijzing naar de Franse invasie in Mexico in 1838).

“De hele tombola-tentoonstelling is een grap natuurlijk!”, zegt Espinosa. Maar zoals steeds het geval is in zijn werk, schuilt hier een diepere en erg donkere betekenis achter. Het idee ontstond vanuit een simpele gedachte dat een banaan makkelijker een grens oversteekt dan een mens van vlees en bloed, en dat diezelfde mens in een waanzinnige situatie terechtkomt, waarin hij zelfs afgunst begint te voelen tegenover datzelfde stukje fruit. Het zegt veel over de wanhoop die gepaard gaat met een legalisatieproces en de psychologische trauma’s dat het nalaat. Espinosa wil te allen koste vermijden dat zijn werk als moraliserend gezien wordt, maar een verheerlijking van de immigrant als een vrije geest die niet gebonden is aan etnische roots noch geografische plaatsen is een beeld dat Espinosa wil tegenspreken.

Een dergelijk beeld is puur cynisme, aldus filosoof Slavoj Žižek. In zijn duiding bij de positie van de ‘multiculturalist’ (The Ticklish Subject, 1999, p. 216-220) als een persoon die het samenzijn van diverse culturen alleen maar kan omarmen vanuit haar/zijn eigen geprivilegieerde positie, evoceert hij de absolute macht van multinationals (denk aan Dole, Chiquita, Bonita, etc.). Dergelijke wereldbedrijven zijn volgens Žižek de kolonisten van vandaag. Het maakt hen niet uit waar hun kolonisatie plaatsvindt, het kan net zo goed hier zijn als in Honduras. Hedendaagse kolonisatie is een kapitalistische entiteit waarbinnen consumenten gekoloniseerd worden. Espinosa transponeert deze gedachte naar de kunstmarkt die inherent deel uitmaakt van datzelfde kapitalistisch systeem, inclusief wij – de kunstliefhebbers – én kunstenaars.

Humor is volgens Espinosa de enige manier om hiermee om te gaan. Al deze lotjes (lees: kunstwerken) die voor een zachte prijs kunnen gekocht worden, vertonen zwarte vlekken van kneuzingen zoals dat vaak het geval is bij echte bananen. Je zou er Warhols afbeelding van een banaan voor de cover van de Velvet Underground kunnen inzien, maar voorbij deze beeltenis suggereren de kneuzingen die met slordige, zwarte vingerafdrukken zijn aangebracht corruptie, medeplichtigheid of een vorm van dirty work. De scheppende hand of de bevuilende hand; voor Espinosa is kunst altijd een combinatie van beide.

Zo blijkt zijn werk telkens een zwaard dat aan twee kanten snijdt; tragedie en hoop liggen dicht bij elkaar, maar worden elk in hun waarde gelaten. De werken die hij maakt, komen recht uit het hart en zetten aan tot reflectie. Ze mixen verschillende invloeden, maar zijn allerminst eclectisch te noemen. Want langzaam maar zeker slaagt de jonge kunstenaar erin om zijn eigen universum vorm te geven op een manier die uniek en ongezien is.

Bron: HART magazine 19 (26 december 2019)